Spouwmuurisolatie


Spouwmuurisolatie stelt hoge eisen aan uitvoering en materiaal. Het ondeskundig vullen of het vullen met verkeerde materialen, kan vervelende gevolgen hebben voor de huiseigenaar, zoals het ontstaan van vochtbruggen, vorstschade aan gevelstenen enz.

In de eerste plaats dient elk spouwvullingsmateriaal daarom te voldoen aan een aantal technische eisen. Deze zijn gesteld door de overheid en hebben betrekking op minimum volumieke massa, maximum vochtopname (water beïnvloedt isolatie nadelig), de corrosiviteit van verzinkte spouwankers, de eventuele krimp van het materiaal en de aantastbaarheid door schimmels.

Voorts mag geen van de materialen vochtdoorslag veroorzaken. In een gestandaardiseerde slagregenproef wordt de warmteweerstand voor en na de proef gemeten; de warmtegeleidingscoëfficiënt mag een bepaalde maximumwaarde dan niet overschrijden.

kruipventilatie.jpgMaar ook met uitstekend materiaal kan een onbevredigend resultaat worden bereikt wanneer de verwerking ondeskundig geschiedt. Daarom zijn er officiële verwerkingsrichtlijnen, die gericht zijn op systematische nauwkeurigheid. Zo moet er op worden gelet dat de spouwruimte ook inderdaad volledig wordt gevuld. Dit wordt bereikt met een specifiek vulgatenpatroon waaraan strak de hand moet worden gehouden.

Na het isoleren moeten de vulgaten vervolgens "onzichtbaar" met op kleur gemaakte specie worden gevuld. Aandacht moet voorts worden geschonken aan doeltreffende voorzieningen op plaatsen waarde gevel doorbroken is (gevelkachels, wasemkappen, ventilatoren enz.), en aan het afvloeien door bijvoorbeeld open stootvoegen boven lateien, van eventueel binnengedrongen regenwater. De richtlijnen benadrukken ook de noodzaak om na het isoleren de ondervloerventilatie weer te herstellen. Dit voorkomt het rotten van houten vloeren en het optreden van een muffe geur in de kruipruimte.